Zoals besproken op vorige pagina, volgt hier een wat gedetailleerder overzicht van de opbouw van de onderdelen van een noodnet.
Allereerst zetten we een zendamateur neer bij een buurtcentrum of wijkcentrum of andere locatie waar de te verwachtten meldingen veelvuldig zullen zijn. Deze zendamateur brengt zijn set mee die is voorbereid op het verzenden van RNS berichten via de ether.

Hoe ziet de BackBoneunit eruit? De transceiver is een set die ook gebruikt kan worden voor digimodes. Aan deze transceiver is een Raspberry Pi gekoppeld waar de RNS server op draait en DireWolf die de conversie verzorgt van de RNode berichten naar een soort PacketRadioachtig bericht. DireWolf Bedient ook de CAT van de transceiver en schakelt over op zenden als er een bericht uit moet. De aan de Raspberry Pi gekoppelde RNode is ingericht als transportnode TNC. Op deze node komen de berichten binnen die verzonden worden van de mobiele LoRa RNodes. Als er een zwerm vrijwilligers met RNodes rondlopen binnen een redelijke afstand van de BackBone Unit en ze sturen allemaal hun meldingen door dan verwerkt de backBone Unit de berichten en stuurt ze door. Terugmeldingen worden ook weer afgeleverd bij de juiste mobiele RNodes.
Het volgende onderdeel in de keten is de BackBone Unit bij de hulpdiensten. Deze unit krijgt alle voor de hulpdienst bestemde berichten binnen.

Hoe ziet deze BackBoneunit eruit? Hier is weer een transceiver aanwezig met een zendamateur. De transceiver is weer een set geschikt voor digimodes. Ook aan deze set is weer een Raspberry Pi gekoppeld waar de RNS server op draait en DireWolf de conversie verzorgt. Bij elke hulpdienst komt een dergelijke Backboneunit te staan. Elke Hulpdienst heeft zijn eigen adres in het netwerk. Dus als er een melding uitgestuurd word voor een ambulance dan krijgt alleen die hulpdienst het bericht. Mocht de Gemeente Beslissen dat alle meldingen altijd naar alle hulpdiensten moeten gaan dat kan dit ook.
